Fundament & Visie: Thuis bij de Vader
inhoud
- Eden
- De Vader zoekt een thuis
- Wie ben ik?
- De Weg naar huis
- Blijf in Mij
- Het kruis en de opstanding
- De adem van God
- Leven met de Vader
- Epiloog
- Nawoord
Hoofdstuk 1: Eden
Voordat de mens een opdracht ontving...
...ontving hij een thuis.
Misschien vertelt die ene waarheid meer over het hart van God dan wij ooit volledig zullen begrijpen.
God begon niet met regels.
Niet met een tempel.
Niet met een volk.
Hij begon met een tuin.
Een plaats waar Hij wandelde met de mens.
Waar niets verborgen hoefde te worden.
Waar liefde vanzelfsprekend was.
Waar hemel en aarde elkaar ontmoetten.
Eden was meer dan een prachtige schepping.
Het was de plaats waar de Vader woonde bij Zijn kinderen.
Zijn aanwezigheid maakte Eden tot een paradijs.
Toen de mens ongehoorzaam werd, verloor hij daarom niet allereerst een plaats.
Hij verloor de ongestoorde gemeenschap met zijn Vader.
Vanaf dat moment vertelt de Bijbel één groot verhaal.
Niet het verhaal van mensen die God proberen te vinden.
Maar het verhaal van God Die Zijn kinderen terugroept.
Hij roept Adam.
Hij beschermt Kaïn.
Hij roept Abraham.
Hij bevrijdt Israël.
Hij woont in de tabernakel.
Hij vervult de tempel met Zijn heerlijkheid.
Hij zendt Zijn Zoon.
Hij stort Zijn Geest uit.
En uiteindelijk zal Hij opnieuw wonen onder de mensen.
Zijn verlangen is nooit veranderd.
Hij zoekt een thuis.
Niet een gebouw.
Niet een organisatie.
Niet een religie.
Hij zoekt mensen die Hem kennen.
Mensen die met Hem willen wandelen.
Dat is de rode draad van de Bijbel.
En dat is ook de rode draad van dit boek.
Want uiteindelijk gaat dit boek niet over een visie.
Niet over een gemeenschap.
Het gaat over de Vader.
Over Zijn verlangen om opnieuw thuis te komen onder Zijn kinderen.
Hoofdstuk 2: De Vader zoekt een thuis
Door de hele Bijbel heen klinkt hetzelfde verlangen.
God wil wonen onder de mensen.
Toen Hij Israël uit Egypte bevrijdde, gaf Hij hun niet alleen een bestemming.
Hij gaf hun ook een opdracht:
"Laat zij Mij een heiligdom maken, zodat Ik in hun midden kan wonen."
De tabernakel was een getuigenis van Zijn hart.
Later werd de tempel gebouwd.
Maar ook die was niet het einddoel
.
Geen gebouw kan de Schepper van hemel en aarde bevatten.
Alles wees vooruit naar Jezus.
In Hem kwam God Zelf onder de mensen wonen.
Hij raakte melaatsen aan.
Hij at met zondaars.
Hij ontving kinderen.
Hij vergaf schuld.
Hij openbaarde het hart van de Vader.
Na Zijn hemelvaart gebeurde opnieuw iets wonderlijks.
God koos niet voor een nieuw heilig gebouw.
Hij maakte mensen tot Zijn woning.
Door de Heilige Geest woont Hij in allen die Jezus Christus toebehoren.
Daardoor verandert ook onze kijk op de gemeente.
De gemeente is niet in de eerste plaats een plaats waar mensen samenkomen.
Zij is een volk waarin God woont.
Misschien stellen wij daarom vaak de verkeerde vraag.
Wij vragen:
"Hoe bouwen wij een sterke gemeente?"
Maar de Vader vraagt:
"Mag Ik Mij thuis voelen onder jullie?"
Waar Hij welkom is, groeit liefde.
Daar ontmoeten waarheid en genade elkaar.
Daar worden mensen hersteld.
Daar wordt Jezus zichtbaar.
Want waar de Vader graag woont...
...daar bloeit het leven.
Hoofdstuk 3: Wie ben ik?
Er is een vraag die ieder mens met zich meedraagt.
Wie ben ik?
Wij zoeken het antwoord vaak in wat wij doen, bereiken, in hoe anderen naar ons kijken of in wat ons is overkomen. Maar geen van die dingen kan werkelijk vertellen wie wij zijn. Zij veranderen. De liefde van de Vader verandert niet.
Nog voordat jij Hem kende, kende Hij jou.
Nog voordat jij Hem zocht, zocht Hij jou.
Nog voordat jij Zijn Naam uitsprak, sprak Hij jouw naam.
Onze identiteit begint daarom niet bij onszelf, maar bij Hem.
Toen Jezus werd gedoopt sprak de Vader:
"Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb."
De liefde van de Vader ging vooraf aan alles wat Jezus zou doen. Zo is het ook met ons. Wij hoeven Gods liefde niet te verdienen; wij mogen haar ontvangen.
Wij zijn zonen en dochters die leren wandelen met hun Vader. Onze identiteit ligt veilig in Christus. Wanneer een kind valt, houdt het niet op kind te zijn. Zo laat ook de Vader Zijn kinderen niet los.
Misschien is geestelijke volwassenheid uiteindelijk niet dat wij steeds sterker worden, maar dat wij steeds dieper gaan geloven dat wij werkelijk geliefd zijn.
Want wie weet dat hij geliefd is, kan liefhebben.
Wie weet dat hij vergeven is, kan vergeven.
Wie weet dat hij thuis is, kan anderen welkom heten.
Alles begint bij de liefde van de Vader.
Hoofdstuk 4: De weg naar huis
Vanaf het moment dat Adam zich verborg klonk één vraag:
"Waar ben je?"
Dat was geen vraag van een Rechter die bewijs zocht, maar de stem van een Vader Die Zijn kind miste.
Sindsdien vertelt de Bijbel steeds hetzelfde verhaal: God blijft de mens zoeken.
Hij roept Abraham.
Hij bevrijdt Israël.
Hij spreekt door de profeten.
Maar uiteindelijk gaf Hij meer dan woorden.
Hij gaf Zijn Zoon.
Jezus kwam niet om een nieuwe godsdienst te beginnen. Hij kwam om de weg naar huis te openen.
Daarom zei Hij:
"Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven."
Wie Hem ziet, ziet de Vader.
In Zijn woorden horen wij het hart van de Vader.
In Zijn daden zien wij de liefde van de Vader.
In Zijn bewogenheid ontmoeten wij de Vader.
Het Evangelie begint niet met wat wij voor God doen, maar met wat God voor ons heeft gedaan.
Hij heeft de eerste stap gezet.
Zoals de vader uit de gelijkenis zijn zoon tegemoet liep, zo is God.
Hij wacht niet met gevouwen armen.
Hij loopt ons tegemoet.
Niet om ons te veroordelen, maar om ons thuis te brengen.
Dat is de reden waarom Jezus kwam.
Want wie de Vader leert kennen, heeft gevonden waar zijn hart altijd naar verlangde.
Hoofdstuk 5: Blijf in Mij
Het laatste wat je verwacht van iemand die afscheid neemt, zijn woorden die alles eenvoudig maken.
Toch is dat precies wat Jezus deed.
Hij gaf Zijn discipelen geen uitgebreide strategie.
Geen stappenplan.
Geen methode.
Hij zei: "Blijf in Mij."
Een rank hoeft geen vrucht te produceren. Zij hoeft slechts verbonden te blijven met de wijnstok. Het leven stroomt vanzelf.
Zo is het ook met ons.
Wij leven in een wereld waarin alles draait om presteren. Maar in Gods Koninkrijk begint alles met verbondenheid.
Vrucht is nooit het doel.
Vrucht is het gevolg.
Wanneer wij dicht bij Jezus leven, verandert ons hart. Zijn liefde vormt onze woorden. Zijn vrede bewaart onze gedachten. Zijn genade maakt ons mild.
Ook de Vader snoeit. Niet om te beschadigen, maar om meer leven voort te brengen. Soms neemt Hij weg wat tussen Hem en ons in is gekomen, zodat wij dieper geworteld raken in Zijn liefde.
Daarom meten wij geestelijke groei niet aan succes of invloed, maar aan de vraag:
Lijk ik steeds meer op Jezus?
Wie in Hem blijft, zal vrucht dragen. Niet door eigen kracht, maar door Zijn leven.
Misschien is dat wel de grootste rust die een mens kan vinden:
niet geroepen zijn indrukwekkend te worden, maar eenvoudig dicht bij Jezus te blijven.
Hoofdstuk 6: Het kruis en de opstanding
Midden in de geschiedenis staat een kruis.
Niet als een teken van nederlaag, maar als de grootste openbaring van Gods liefde.
Aan het kruis zien wij hoe ernstig de zonde is, maar nog meer hoe groot Gods liefde is.
Jezus gaf Zijn leven vrijwillig.
Het kruis veranderde Gods hart niet.
Het openbaarde Zijn hart.
Toen Jezus uitriep: "Het is volbracht," werd de weg naar de Vader geopend.
Onze schuld werd gedragen. De macht van de zonde werd verbroken.
Maar het Evangelie eindigt niet bij het kruis.
Op de derde dag stond Jezus op uit de dood.
De steen werd weggerold en het graf was leeg.
Vanaf dat moment leeft ieder die zijn vertrouwen op Christus stelt vanuit een nieuwe werkelijkheid.
Wij leven niet toe naar de overwinning.
Wij leven vanuit de overwinning.
Dat betekent niet dat alle strijd verdwijnt.
Wel dat wij haar nooit alleen hoeven te voeren.
De Opgestane leeft.
En omdat Hij leeft, is er altijd hoop.
Hoofdstuk 7: Ruach, de Adem van God
Voordat Jezus terugkeerde naar de Vader, beloofde Hij Zijn volgelingen de Heilige Geest.
Geen kracht.
Geen ervaring.
Maar een Persoon.
Sinds Pinksteren woont de Heilige Geest in allen die Jezus Christus toebehoren.
God woont niet langer in een gebouw van steen.
Hij woont in Zijn kinderen.
De Heilige Geest leert ons de Vader kennen.
Hij richt onze ogen op Jezus.
Hij troost, overtuigt, leidt en vormt ons.
Ook deelt Hij gaven uit.
Niet om mensen groot te maken,
maar om Christus zichtbaar te maken.
Daarom zoeken wij niet in de eerste plaats de gaven.
Wij zoeken de Gever.
Waar de Heilige Geest vrij mag werken,
wordt Jezus zichtbaar.
En waar Jezus zichtbaar wordt,
wordt de Vader verheerlijkt.
Daarom verlangen wij ernaar te leven met een open Bijbel,
een luisterend hart en een diep verlangen om iedere dag dichter bij de Vader te wandelen.
Hoofdstuk 8: Leven met de Vader
Het christelijke leven bestaat niet uit losse geestelijke momenten.
Het is een dagelijkse wandeling met God.
Door Jezus is de weg naar de Vader geopend.
Door de Heilige Geest is Zijn nabijheid werkelijkheid geworden.
Daarom hoeven wij God niet op afstand te zoeken.
Hij is dichtbij.
Wij leren Hem kennen door Zijn Woord.
Wij spreken met Hem in gebed.
Wij luisteren naar Zijn stem.
Zoals een kind de stem van zijn vader leert herkennen,
zo leert een discipel de stem van de Goede Herder kennen.
Dat vraagt tijd.
Vertrouwen.
En gehoorzaamheid.
Soms leidt God ons over wegen die wij niet begrijpen.
Dan worden wij uitgenodigd Hem te vertrouwen.
Niet omdat wij alles begrijpen.
Maar omdat wij Hem hebben leren kennen.
En dat is misschien wel het grootste voorrecht van een kind van God:
niet dat wij iets voor Hem mogen doen,
maar dat wij met Hem mogen leven.
Stap voor stap.
Dag na dag.
Tot wij Hem van aangezicht tot aangezicht zullen zien.
Epiloog
De Bijbel begint in een tuin.
En zij eindigt in een stad.
Toch zijn dat niet de belangrijkste plaatsen in het verhaal.
Het belangrijkste is Wie daar aanwezig is.
Vanaf Eden tot het nieuwe Jeruzalem klinkt één verlangen.
God wil wonen onder de mensen.
Dat verlangen bracht Hem ertoe Adam te zoeken.
Dat verlangen klonk door in de tabernakel.
Dat verlangen werd zichtbaar in Jezus.
Dat verlangen leeft voort door de Heilige Geest.
En datzelfde verlangen zal eens volledig vervuld worden.
Wanneer God voor altijd onder Zijn kinderen woont.
Misschien is dat de eenvoudigste samenvatting van het Evangelie.
De Vader verlangt naar Zijn kinderen.
En door Jezus Christus is de weg naar huis geopend.
Daarom eindigt dit boek niet met een opdracht.
Maar met een uitnodiging.
Kom thuis.
Niet bij een kerk.
Niet bij een beweging.
Niet bij een visie.
Maar bij de Vader.
Want daar begint het leven.
Daar vindt het hart rust.
Daar ontdekt een mens wie hij werkelijk is.
En van daaruit mag hij de wereld weer ingaan.
Niet om iets van zichzelf te laten zien.
Maar om iets zichtbaar te maken van de Vader.
Nawoord
Wanneer je de laatste bladzijde van dit boek omslaat, hopen wij dat je vooral één ding meeneemt:
God verlangt naar jou.
Niet om wat je kunt.
Niet om wat je weet.
Niet omdat je alles op orde hebt.
Maar omdat Hij jouw Vader wil zijn.
Als dit boek je dichter bij Jezus heeft gebracht, heeft het zijn doel bereikt.
Want wie Jezus leert kennen, leert de Vader kennen.
Ons gebed is eenvoudig.
Dat je niet alleen over de Vader leest...
...maar met Hem gaat leven.
Dat je niet alleen Zijn liefde ontvangt...
...maar haar ook doorgeeft.
Moge jouw leven een plaats worden waar de Vader Zich thuis voelt.
Soli Deo Gloria.
Aan God alleen zij alle eer.