Constitutie van de gemeenschap: Leven als gezin

Inhoud

  • Inleiding
  1. Onze identiteit
  2. Jezus Christus als Hoofd
  3. Het Konikrijk en het gezin van God
  4. Onze kernwaarden
  5. Het leven van de gemeenschap
  6. Discipelschap en geestelijke groei
  7. Gaven, bedieningen en leiderschap
  8. Huwelijk, gezin en kinderen
  9. Heiligheid, herstel en onderlinge verantwoordelijkheid
  10. Onze opdracht in de wereld
  11. Rentmeesterschap
  • Slotwoord

Inleiding

Een gemeenschap ontstaat niet doordat mensen op dezelfde plaats samenkomen.
Een gemeenschap ontstaat wanneer mensen hetzelfde leven delen.
Dat leven vinden wij in Jezus Christus.

Hij is niet alleen Degene Die ons heeft gered.
Hij is ook Degene Die ons met elkaar heeft verbonden.
Daarom geloven wij dat een gemeente niet in de eerste plaats een organisatie is.
Zij is een gezin.
Een gezin leeft vanuit een gezamenlijke identiteit.
Zo is het ook met de gemeente van Jezus Christus.

Wij zijn samengebracht door één Vader.
Gered door één Zoon.
Levend gemaakt door één Heilige Geest.

Deze constitutie is geen verzameling regels, maar een beschrijving van de cultuur waarin wij samen willen leven.
Niet een wetboek. Maar een gezamenlijke belijdenis van de waarden die wij in Gods Woord ontdekken.

Wij geloven niet dat een document een gemeenschap levend maakt.
Alleen de Heilige Geest kan dat doen.

Toch geloven wij dat het goed is woorden te geven aan datgene wat God in ons midden doet.
Niet om de Geest vast te leggen.
Maar om toekomstige generaties te helpen dezelfde koers te bewaren.

Dat is het doel van deze constitutie.
Niet mensen binden aan een document.
Maar ons steeds opnieuw herinneren aan Degene aan Wie wij allemaal toebehoren.

Hoofdstuk 1: Onze identiteit

Voordat wij spreken over wat wij doen...
...willen wij spreken over wie wij zijn.

Onze identiteit ligt niet in de naam van onze gemeenschap.
Niet in onze samenkomsten.
Niet in onze bediening.
Niet in onze geschiedenis.
Onze identiteit ligt in Jezus Christus.

Door Zijn dood en opstanding zijn wij verzoend met de Vader.
Wij zijn aangenomen als Zijn kinderen.
Wij behoren daarom allereerst tot het wereldwijde lichaam van Christus.

Iedereen die Jezus Christus in geloof heeft aangenomen als Heer en Verlosser is onze broer of zus.

Nog voordat iemand onze gemeenschap leert kennen, is hij of zij welkom in Gods gezin.
Wij zien onze gemeenschap nooit als het centrum van Gods Koninkrijk.
Wij zijn slechts een klein onderdeel van wat God wereldwijd doet.

Onze eerste loyaliteit ligt niet bij een naam of organisatie, maar bij Jezus Christus.
Hij alleen is het Hoofd van Zijn gemeente.
Wij verlangen een gemeenschap te zijn waarin Christus zichtbaar wordt.

Iedereen wordt aangemoedigd zijn of haar identiteit te vinden in het kindschap van God.
Van daaruit ontstaat alles.
Want alleen kinderen die weten dat zij thuis zijn...
...kunnen een thuis worden voor anderen.

Hoofdstuk 2: Jezus Christus als Hoofd

Onze gemeenschap kent slechts één Hoofd.
Jezus Christus.

Hij is niet alleen de Redder van de gemeente.
Hij is ook Degene aan Wie de gemeente toebehoort.
Daarom bouwen wij geen gemeenschap rondom een persoon.

Niet rondom een voorganger.
Niet rondom een leider.
Niet rondom een bediening.
En ook niet rondom de oprichters van deze gemeenschap.

Iedere menselijke leider is tijdelijk.
Jezus Christus is eeuwig.
Dat betekent dat iedere beslissing, iedere visie en iedere ontwikkeling ondergeschikt is aan Zijn wil.

Wij willen daarom niet allereerst vragen:
"Wat vinden wij verstandig?"
Maar: "Wat zegt de Heer?"

Wij geloven dat Christus Zijn gemeente vandaag nog steeds leidt.
Door Zijn Woord.
Door de Heilige Geest.
En door de wijsheid die Hij geeft aan volwassen gelovigen.
Daarom toetsen wij alles aan de Bijbel.

Geen ervaring.
Geen profetie.
Geen traditie.
Geen persoonlijke overtuiging.
Niets staat boven de Schrift.

Wij erkennen dat wij als mensen kunnen dwalen.
Juist daarom blijven wij afhankelijk van Christus.

Wanneer wij ontdekken dat wij een verkeerde weg zijn ingeslagen, willen wij bereid zijn ons te bekeren.

Een gezonde gemeenschap wordt niet gekenmerkt door sterke menselijke leiders.
Zij wordt gekenmerkt door mensen die samen leren luisteren naar hun Heer.

Want waar Jezus werkelijk Hoofd is...
...zal niemand anders die plaats innemen.

Hoofdstuk 3: Het Koninkrijk en het gezin van God

Jezus sprak vaker over het Koninkrijk van God dan over enig ander onderwerp.

Hij kwam niet om een nieuwe religie te stichten.
Hij kwam om de heerschappij van Zijn Vader zichtbaar te maken.

Waar Jezus Koning is...
...daar breekt Zijn Koninkrijk door.
Dat Koninkrijk wordt zichtbaar in mensen.

Niet in gebouwen.
Niet in organisaties.
Niet in systemen.

Wij geloven daarom dat de gemeente in de eerste plaats een gezin is.
Een gezin waarin God Vader is.
En waarin gelovigen elkaar ontmoeten als broers en zussen.

Dat betekent niet dat iedereen dezelfde taak heeft.
Wel dat iedereen dezelfde waarde heeft.
In Gods gezin bestaat geen rangorde van belangrijkheid.
Er is verscheidenheid in verantwoordelijkheid.
Maar gelijkwaardigheid in waardigheid.

Wij geloven dat geestelijke volwassenheid zichtbaar wordt in karakter.

Niet in kennis.
Niet in een titel.
Niet in een positie.

Mensen die geestelijk vader of moeder zijn geworden, worden herkend aan hun leven.
Hun gezag komt niet voort uit een functie.
Maar uit een leven dat zichtbaar op Jezus lijkt.

Ons verlangen is dat iedereen groeit naar die volwassenheid.

Niet zodat er meer leiders komen.
Maar zodat er meer vaders en moeders opstaan.
Want een gezond gezin groeit door liefde.

En waar liefde groeit...
...voelt de Vader Zich thuis.

Hoofdstuk 4: Onze kernwaarden

Iedere gemeenschap wordt gevormd door haar cultuur.

Niet door haar gebouwen.
Niet door haar programma's.
Maar door de waarden die zichtbaar worden in het dagelijks leven.

Wij verlangen ernaar dat de cultuur van onze gemeenschap een weerspiegeling is van het karakter van Jezus Christus.

Liefde is de hoogste waarde van Gods Koninkrijk. Wij achten de ander uitnemender dan onszelf. Waarheid zonder liefde wordt hard; liefde zonder waarheid wordt oppervlakkig.
Wij leven uit genade. Niemand verdient een plaats in Gods gezin. Daarom willen wij elkaar met dezelfde genade tegemoet treden.

Gods Woord is onze maatstaf. Waarheid is niet bedoeld om mensen te veroordelen, maar om hen vrij te maken.
God roept Zijn kinderen tot heiligheid. Niet om Zijn liefde te verdienen, maar als antwoord op Zijn liefde.

Jezus diende. Daarom geloven wij dat ware grootheid zichtbaar wordt in nederigheid en dienend leiderschap.
Gastvrijheid is een zichtbaar kenmerk van Gods Koninkrijk. Onze huizen, tafels en levens mogen openstaan voor anderen.

Deze waarden vormen samen de cultuur waarin wij willen leven, omdat wij verlangen steeds meer op Jezus te lijken.

Hoofdstuk 5: Het leven van de gemeenschap

Een gemeenschap leeft niet van bijeenkomsten alleen.
Zij leeft van gedeeld leven.

Wij komen samen om God te aanbidden, Zijn Woord te openen, te bidden en ruimte te geven aan de leiding van de Heilige Geest.

Maar gemeente-zijn gaat verder dan de samenkomst.

Wij moedigen onderlinge gemeenschap aan: samen eten, samen bidden, samen dienen, samen verdriet dragen en samen vreugde vieren.
Iedere gelovige heeft iets ontvangen om bij te dragen aan de opbouw van het lichaam van Christus.
Niemand is slechts toeschouwer.

Kinderen nemen een volwaardige plaats in binnen de gemeente. Wij willen hen onderwijzen, helpen Jezus te leren kennen en hen ruimte geven hun gaven te ontdekken.
Onderwijs mag worden afgestemd op hun leeftijd, maar het Evangelie blijft hetzelfde voor jong en oud.

Onze samenkomsten worden gekenmerkt door vrijheid én orde. Wij geven ruimte aan de Heilige Geest en geloven dat alles behoort te gebeuren tot opbouw van de gemeente.

Ons verlangen is dat iedereen die onze gemeenschap ontmoet iets proeft van de liefde van de Vader en wordt aangemoedigd die liefde door te geven.

Hoofdstuk 6: Discipelschap en geestelijke groei

Jezus heeft Zijn volgelingen niet alleen geroepen om tot geloof te komen.
Hij heeft hen geroepen om discipelen te worden.
Een discipel leert niet alleen wat Jezus heeft gezegd, maar leert ook leven zoals Hij leefde.
Discipelschap is geen cursus die ooit wordt afgerond.
Het is een levenslange weg van navolging.

Wij geloven dat iedere gelovige geroepen is om te groeien naar geestelijke volwassenheid.
Die groei wordt zichtbaar in een leven dat steeds meer het karakter van Christus weerspiegelt.
Daarom richten wij ons niet alleen op onderwijs, maar op het vormen van mensen.

Wij verlangen ernaar dat ieder groeit in liefde, nederigheid, gehoorzaamheid, geloof, wijsheid en het dienen van anderen.

Discipelschap gebeurt tijdens samenkomsten, maar ook aan de keukentafel, in gesprekken, in gebed en in het dagelijks leven.
Wij moedigen persoonlijke relaties aan waarin mensen elkaar helpen groeien.
Niet vanuit controle, maar vanuit liefde.

Wij willen een gemeenschap zijn waarin geestelijke vaders en moeders opstaan.
Niet om mensen afhankelijk van zich te maken, maar om hen te helpen zelfstandig met God te leren wandelen.

Het doel van discipelschap is uiteindelijk dat mensen steeds meer op Jezus gaan lijken.

Hoofdstuk 7: Gaven, bedieningen en leiderschap

De Heilige Geest geeft aan ieder lid van het lichaam van Christus gaven.
Iedere gave is gegeven tot opbouw van de gemeente.
Daarom moedigen wij iedere gelovige aan zijn of haar gaven te ontdekken en te ontwikkelen om anderen te dienen.

Bediening komt voort uit roeping, niet uit ambitie.
God bevestigt de roeping die Hij schenkt en de gemeenschap herkent wat God al heeft gedaan.
Geestelijke verantwoordelijkheid wordt daarom niet in de eerste plaats toegekend, maar herkend.
Geestelijke vaders en moeders worden gekenmerkt door een leven dat vertrouwen wekt.

Wij erkennen de verschillende bedieningen die Christus aan Zijn gemeente heeft gegeven om Zijn lichaam toe te rusten.
Wie leiding ontvangt, doet dat als dienaar.
Leiderschap betekent verantwoordelijkheid dragen, voorleven, beschermen, bemoedigen en waar nodig corrigeren, altijd met herstel als doel.

Wij verlangen een gemeenschap te zijn waarin mensen veilig zijn, mogen groeien en waarin uiteindelijk niet leiders, maar Jezus Christus zichtbaar wordt.

Hoofdstuk 8: Huwelijk, gezin en kinderen

Vanaf het begin schiep God de mens als man en vrouw.
Het huwelijk is geen menselijke uitvinding, maar een gave van God.
Wij geloven dat het huwelijk een levenslang verbond is tussen één man en één vrouw, bedoeld om iets zichtbaar te maken van de trouw van Christus aan Zijn gemeente.

Kinderen zijn een kostbare gave van God. Ouders dragen de eerste verantwoordelijkheid voor hun opvoeding; de gemeenschap ondersteunt hen daarbij.

Wij verlangen dat iedere generatie de Vader leert kennen, Zijn Woord liefheeft en leert wandelen met Jezus.

Hoofdstuk 9: Heiligheid, herstel en onderlinge verantwoordelijkheid

God roept Zijn kinderen tot een heilig leven.
Niet om Zijn liefde te verdienen, maar omdat wij Zijn kinderen zijn.

Wanneer iemand struikelt zoeken wij herstel, niet veroordeling.
Waarheid en genade horen altijd samen te gaan.
Ons doel is nooit straf, maar herstel.

Zoals Christus ons heeft vergeven, zo willen ook wij elkaar vergeven.

Hoofdstuk 10: Onze opdracht in de wereld

Jezus zond Zijn discipelen de wereld in om licht en zout te zijn.

Wij willen bekendstaan om liefde, gastvrijheid, bewogenheid en trouw.
Evangelisatie is voor ons geen activiteit, maar een levensstijl.

Waar God ons ook plaatst, daar willen wij iets zichtbaar maken van Zijn Koninkrijk.

Hoofdstuk 11: Rentmeesterschap

Alles wat wij bezitten is uiteindelijk van God.
Onze tijd, gaven, bezittingen en financiën zijn ons toevertrouwd.

Wij geven vrijwillig en met vreugde.
Wij willen leven met open handen, zorgvuldig omgaan met Gods schepping en trouw zijn in alles wat Hij ons heeft gegeven.

Slotwoord

Deze constitutie is geen eindpunt, maar een hulpmiddel.
Geen document kan leven voortbrengen.
Alleen de Heilige Geest kan dat.

Wij verlangen een gemeenschap waarin Jezus Christus werkelijk het Hoofd is, de Vader wordt geëerd en de liefde nooit bekoelt.
Daarom eindigen wij met hetzelfde gebed:

'Vader, voel U thuis onder Uw kinderen.'